Nu al zijn er ook Europese, alsmede haar eigen wettelijke voorschriften in de bescherming van de werknemers in gevaarlijke achtergronden. Drink van deze documenten is de Europese Richtlijn 99/92 / EG van 16 december 1999. In de geest van de minimumeisen die aan het einde van het verbeteren van de mate van vertrouwen en preventieve gezondheid van de werknemers mogelijk blootgesteld aan risico's die voortvloeien uit explosieve atmosferen.
Dit document stelt eerst en vooral eisen aan de werkgever. Allereerst wil hij dat de werkgever de veiligheid van zijn werknemers garandeert tijdens de normale uitvoering van het ding op de fabriek. Daarnaast gaat het terug naar het voorkomen van explosieve concentraties in de zin van werk. Tegelijkertijd voorkomt het dat de ontstekingsbronnen op enigerlei wijze een explosie veroorzaken. Bovendien wil deze regel de zeer schadelijke effecten van een explosie verminderen. Daarnaast zijn er in de Republiek Polen normatieve handelingen die de bepalingen op het bovengenoemde gebied definiƫren. Dit gaat vooral over de wet van 29 mei 2003 in de geschiedenis van de minimumvereisten voor het vertrouwen en de hygiƫne van werknemers van mensen op werklocaties waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen (Staatsblad nr. 1007 van 2003, item 1004 en de wet van 8 juli 2010 betreffende de minimumvereisten met betrekking tot gezondheid en veiligheid op het werk in verband met een explosieve atmosfeer (Staatsblad 2010, nr. 138, punt 931, waarin de hierboven besproken richtlijn is opgenomen.Explosieveiligheid is explosiebestendig, die niet alleen te maken heeft met de winkel en fondsen, maar ook met de bescherming van werknemers. Daarom is het vooral belangrijk voor werkgevers om potentieel explosieve zones aan te wijzen. Daarnaast wilt u bestaande explosieveilige systemen controleren die een uiterst belangrijke functie vervullen binnen explosieveilige veiligheid. Tegelijkertijd moeten documenten zoals explosierisicobeoordeling en explosiebeveiligingsdocument worden opgesteld. Het maken van deze feiten is afkomstig van de verordening van de Minister van Geestelijke Zaken en Diensten van 7 juni 2010 (Journaal van de Wetten van 2010, nr. 109, punt 719, gebaseerd op de toepasselijke wettelijke bepalingen en technische documentatie en de Verordening van de minister van Economie van 8 juli 2010 (Staatsblad nr. 138, item 931.